41 dagen geleden...
22 apr. 2012
🇦🇺
vanuit Australië
Het is weer hoog tijd om iets van me te laten horen. De laatste keer dat ik van me liet horen was 41 dagen geleden, vanuit Wellington. In die 41 dagen heb ik weer een heleboel beleefd. Ik heb slechts een schamel nachtje in Wellington doorgebracht, want ik zou er op de terugweg nog een keer komen. De volgende ochtend ben ik vroeg op de veerboot naar het Zuidereiland gestapt. De tocht duurde zo'n 4 uur en was prachtig, varend door de fjorden was niet verkeerd.
Vanuit Picton, waar we aankwamen, zijn we gelijk doorgereden naar Nelson, de meest zonnige plek van Nieuw-Zeeland. Vanuit hier ben ik naar het Abel Tasman park geweest, vernoemd naar de Nederlandse kapitein die Nieuw-Zeeland wellicht van Nederland had kunnen maken. Het was een redelijk natuurgebied, maar het was er werkelijk prachtig! Perfecte stranden en een geweldig woud eraan. Hier heb ik de watertaxi gepakt naar een baai en ben ik langs het strand teruggelopen naar het beginpunt. Ik was de enige in de watertaxi, dus had ik een privétochtje en mocht ik de boot nog eventjes zelf besturen. Terug in het kamp was hete ondertussen etenstijd en heb ik een leuk avondje gehad met de mensen van de toerbus en aangezien ik op een echte camping sliep, kwam het campinggevoel ook nog even naar boven.
Terug in Nelson ben ik verdergereden naar het volgende dorpje, Greymouth, maar daar ga ik geen woorden aan vuil maken; het was de meest saaie plek die ik tot nu toe heb gezien. De volgende plek was zeker de moeite waard, genaamd Franz Josef. Het dorpje stelde niet heel veel voor, maar we waren daar vanwege de gletsjer die dezelfde naam draagt. Op de dag van aankomst was het St. Patricks day, de Ierse nationale feestdag. Aangezien er in Nieuw-Zeeland veel Ieren wonen, is het daar ook een grote dag. Die nacht ben ik, zoals het hoort, in groen uitgeweest, het was een leuke avond die ik de volgende dag nog voelde. Hier ben ik ook een aantal jongens tegengekomen die ik in de eerste week in Sydney heb leren kennen. Dat was al de tweede keer dat ik ze opnieuw zag, want ik was ze ook al in Byron Bay tegengekomen. Ik ben ze een paar dagen later in Queenstown weer tegengekomen en, om het helemaal leuk te maken, ben ik ze een paar dagen geleden hier in Brisbane weer tegengekomen!
Op de derde dag in Franz Josef was het tijd voor de gletsjer. Het mooie van de gletsjer is dat het vlakbij het bos ligt, het is dus een prachtige overgang van bos naar ijs. Van tevoren kregen we allerlei kleding om ons warm te houden, grote schoenen en stijgijzers, voor op het ijs. Aangekomen bij de gletsjer kon je een hele vallei zien waar het ijs vroeger was, maar het ijs was nu wel een stuk minder. We hebben een aantal uur op het ijs gelopen, wat een geweldige ervaring was! Maar toen we terug waren was ik ook wel opgelucht, want de schoenen zaten niet erg goed, maar uiteraard was het een geweldige dag geweest.
De volgende dag zijn we weereens in de bus gestapt, via Wanaka zijn we naar Queenstown gegaan, de adrenalinestad van Nieuw-Zeeland. Hier kun je werkelijk alles doen om je adrenalineniveau te laten stijgen: bungeejumpen, raften, skydiven en nog veel meer. Ik moest natuurlijk ook iets doen, dus ben ik gaan bungeejumpen. Ik wilde niet zomaar een sprong, wel een echte hoge. Ik heb dus een van de hoogste van de wereld gedaan: 134 meter! Het was werkelijk waanzinnig! Ik was volkomen ontspannen, totdat mijn enkels werden vastgemaakt en ik op het randje stond, het is toch wel raar om een ravijn in te moeten springen, maar het was geweldig, toen ik weer boven kwam kon ik niet stoppen met lachen. Na deze sprong heb ik ook nog een ander soort sprong gemaakt; een swing. Eerst val je 70 meter omlaag om vervolgens in een soort schommel heen en weer te slingeren boven een ravijn. Dit was ook geweldig, maar de bungeejump was toch leuker.
In Queenstown heeft het uitgaansleven ook niet stilgestaan, dus heb ik dat ook wel een paar keer gedaan. Ik ben in een ijsbar geweest, waar werkelijk alles van ijs was , zelfs de glazen. Het was een leuke ervaring, maar erg praktisch is het niet, ze vragen wel erg veel entree om het ijs koud te houden en als de stroom uitvalt, is de hele bar weg. Ook maakte ik nog iets heel raars mee; ik stond ergens in een bar, kijk ik voor me, staat Guido Weijers opeens voor je neus! Nog een gesprekje met hem gehad, maar hij was duidelijk meer geïnteresseerd in de blonde Australische versslaggever die ook in de bar was.
Vanuit Queenstown ben ik ook naar Milford Sound geweest, waarschijnlijk de mooiste fjord van het land. Na een vier uur lange bustocht kwamen we er aan, om 2 uur op een boot door de Sound te varen. Het was echt supermooi, je zag overal kleine watervallen. Doordat het ijs heel lang geleden de rotsen heeft uitgesleten, zijn de rotswanden erg steil, die rotsen die zo uit het water omhoog schieten, dat is prachtig!
Mijn plan was om 5 nachten in Queenstown te blijven, maar omdat een bekende van een paar weken terug op de laatste dag aankwam, bleef ik nog twee extra nachtjes. Hier heb ik ook geen spijt van gehad, ik heb een gezellige tijd met hem doorgebracht en we hebben samen nog een bergtop beklommen wat ontzettend mooi was (zie mijn fotoreportage op facebook). Vanaf de top zag je aan de ene kant Queenstown liggen met het meer en als je de andere kant op keek zag je prachtige besneeuwde bergtoppen liggen.
Na zeven dagen Kunstoren was het toch echt tijd om door te reizen, de volgende plek was Dunedin, de Schotse stad van het land. Blijkbaar verhuisden de meeste Schotten naar het verre zuiden, misschien omdat het daar het meest regent, ik weet het niet. Hier had ik met een jongen afgesproken die ik toen bijna 2.5 maand geleden in Melbourne was tegengekomen, hij was op de fiets door Nieuw-Zeeland, maar had zijn fiets toen net verkocht. Het was leuk om hem weer te zien en ik heb wat tijd met hem in Dunedin doorgebracht. Hier hebben ze ook de meest steile straat van de wereld, wat erg leuk is om te zien, het is best raar om te beseffen hoe steil die straat is.
Na Dunedin heb ik een nachtje in Christchurch gezeten, de stad die een jaar geleden was getroffen door een heel zware aardbeving, waardoor de hele binnenstad verwoest is. Omdat ik er toch een kijkje wilde nemen, aangezien ik er nu toch was, ben ik er uitgestapt om een nachtje te blijven. Het was niet de moeite, ik hoopte nog iets te kunnen zien van het centrum, maar het was volledig afgezet en je zag helemaal niets. Na een nachtje pakte ik de bus weer en een paar dagen later kwam ik aan in Kaikoura. Hier ben ik gaan dolfijnzwemmen, met een wetsuit aan, want het water is niet erg warm daar, werden we met een bootje naar een wilde dolfijnenkolonie gebracht. Overal waar je keek zag je dolfijnen zwemmen, echt mooi! We mochten 5 keer uit de boot om tussen de dieren te zwemmen, echt geweldig als je die dieren overal om je heen ziet zwemmen, soms heb je zelfs contact met ze, als je dan om je as draait, doen ze met je mee.
Na weer eens zo'n mooie ervaring was het Zuidereiland alweer voorbij. Ik ben nog een keertje teruggegaan naar Nelson, omdat ik daar een heel leuk hostel ben tegengekomen. Daar kwam ik erachter dat mijn ticket terug naar Australië een paar dagen later stond gepland en omdat het weekend was, kon ik het niet meer wijzigen. Gelukkig zag ik dat ik met mijn bus precies op tijd kon zijn, maar dan moest ik wel vanuit het noorden van het Zuidereiland helemaal naar het noorden van het Noordereiland in twee dagen reizen. Vanuit Nelson terug naar Picton ben ik gaan liften, omdat mijn bus die kant niet op reed. Ik had heel veel verhalen gehoord van mensen dat Nieuw-Zeeland zo'n goed land is om te liften, maar volgens mij heb ik het op een verkeerde dag gedaan: eerste Paasdag. Het leek er op dat elk gezin naar opa en oma ging, want bijna elke auto zat vol. Gelukkig heb ik het wel weten te redden om op tijd bij de veerboot te zijn. Wat wel erg jammer was, was dat ik alweer maar een nachtje in Wellington kon zijn, ik heb daar dus niets gezien. De volgende ochtend was het tijd voor weer een adrenalinestoot: skydiven!
Dit zou het laatste speciale ding zijn in een hele tijd, maar ik had er al een hele tijd op zitten wachten. Daar aangekomen kreeg ik een mooi pakje en werd ik vastgemaakt aan mijn springmaatje, iemand die (hopelijk) meer ervaring dan mij had. Gek genoeg voelde ik me compleet om mijn gemak in het vliegtuig en had ik geen enkel beetje spanning, in tegenstelling tot de jongen uit Hong Kong naast me. Hij was als de dood. Toen we uit het vliegtuig sprongen voelde ik me echt geweldig, 60 seconden in een vrije val! Daarna werd de parachute geopend en daalden we rustig, wat ook een heel mooie ervaring was.
De volgende ochtend dacht ik dat ik nog steeds moest vliegen, maar blijkbaar kon ik 12 uur van tevoren de vlucht nog wijzigen, waar ik erg blij mee was. Hierdoor kon ik nog naar de allerlaatste nieuwe plek: het Coromandel schiereiland. Het was een mooie plek, maar niet bijzonder. Er was wel 1 geweldige plek: Hot Water Beach. De naam zegt het al. Als het eb is, kun je een kuil graven die zich dan vult met heet water, echt heel bijzonder. Als je aan komt lopen zie je een heleboel mensen in hun kuilen zitten genieten van het water.
Na een paar nachten Coromandel was het toch echt tijd om terug te vliegen. Na een lange bustocht kwam ik precies op tijd aan bij het vliegveld. Daar aangekomen moest ik weer terugdenken aan mijn aankomst in Auckland. Het was 7 weken geleden, maar toch leek het als de dag van gisteren. Nu ik zo veel in een relatief korte tijd had gezien, kwam ik er ook achter hoe weinig ik eigenlijk van Australië heb gezien...
Bij de gate van het vliegveld kreeg ik te horen dat ik in de business class werd gezet, omdat het vliegtuig erg vol zat. Daar had ik geen problemen mee. Ik kreeg een eclectisch verstelbare stoel, een drankkaart inclusief Champagne en een echte menukaart. Er kwam een Nederlandse jongen naast me zitten die ook een van de gelukkigen was. Blijkbaar was hij met dezelfde organisatie naar Australië en Nieuw-Zeeland gegaan, maar die kans was ook wel aanwezig: welke Nederlander reist nou vanaf Australië naar Nieuw-Zeeland en weer terug naar Australië met China Airlines? Alleen Nederlanders die hun ticket bij Australian Backpackers hebbben gekocht denk ik.
Na een paar goede uurtjes in het vliegtuig kwamen we aan en Brisbane. De volgende dagen ben ik alleen maar op zoek naar werk geweest, omdat ik nu echt moet werken. Helaas zit ik nu na een week nog steeds in Brisbane zonder werk en geld. Blijkbaar is het net even geen fruitplukseizoen, een paar weken wachten nog. Ik heb nog wat opties geprobeerd om geld te besparen, maar dat is het allemaal niet geworden. Daarom vlieg ik zometeen dus naar Cairns, het noordoosten, om werk te vinden, want daar schijnt het wat makkelijker te zijn.
Wat wel leuk was, was om een oude bekende tegen het lijf te lopen. Ik kwam in het hostel zomaar een jongen van Sydney tegen, die ik dus 3 maanden geleden heb leren kennen. Het was dus ook wel leuk om over onze 3 maanden te praten en terug te denken aan de aankomst op Sydney Airport.
In Nieuw-Zeeland ben ik er aan gaan denken om alles wat langer te doen dan gepland en om dus in november-december terug te komen in plaats van juli-augustus, maar dat weet ik nog niet zeker. Een van de jongens die ik hier tegen ben gekomen is alweer naar huis vertrokken en een ander praatte ook telkens over zijn terugvlucht in juni, dus is het toch weer door mijn hoofd gaan spoken om eerder terug te komen.
Dus Jules, Joep, Cas en Korne, misschien kan ik toch voldoen aan jullie democratisch besloten eis. Maar de aankomende maanden zit ik hier nog wel even, voor iedereen die mij al mist. Tot de volgende keer!
Vanuit Picton, waar we aankwamen, zijn we gelijk doorgereden naar Nelson, de meest zonnige plek van Nieuw-Zeeland. Vanuit hier ben ik naar het Abel Tasman park geweest, vernoemd naar de Nederlandse kapitein die Nieuw-Zeeland wellicht van Nederland had kunnen maken. Het was een redelijk natuurgebied, maar het was er werkelijk prachtig! Perfecte stranden en een geweldig woud eraan. Hier heb ik de watertaxi gepakt naar een baai en ben ik langs het strand teruggelopen naar het beginpunt. Ik was de enige in de watertaxi, dus had ik een privétochtje en mocht ik de boot nog eventjes zelf besturen. Terug in het kamp was hete ondertussen etenstijd en heb ik een leuk avondje gehad met de mensen van de toerbus en aangezien ik op een echte camping sliep, kwam het campinggevoel ook nog even naar boven.
Terug in Nelson ben ik verdergereden naar het volgende dorpje, Greymouth, maar daar ga ik geen woorden aan vuil maken; het was de meest saaie plek die ik tot nu toe heb gezien. De volgende plek was zeker de moeite waard, genaamd Franz Josef. Het dorpje stelde niet heel veel voor, maar we waren daar vanwege de gletsjer die dezelfde naam draagt. Op de dag van aankomst was het St. Patricks day, de Ierse nationale feestdag. Aangezien er in Nieuw-Zeeland veel Ieren wonen, is het daar ook een grote dag. Die nacht ben ik, zoals het hoort, in groen uitgeweest, het was een leuke avond die ik de volgende dag nog voelde. Hier ben ik ook een aantal jongens tegengekomen die ik in de eerste week in Sydney heb leren kennen. Dat was al de tweede keer dat ik ze opnieuw zag, want ik was ze ook al in Byron Bay tegengekomen. Ik ben ze een paar dagen later in Queenstown weer tegengekomen en, om het helemaal leuk te maken, ben ik ze een paar dagen geleden hier in Brisbane weer tegengekomen!
Op de derde dag in Franz Josef was het tijd voor de gletsjer. Het mooie van de gletsjer is dat het vlakbij het bos ligt, het is dus een prachtige overgang van bos naar ijs. Van tevoren kregen we allerlei kleding om ons warm te houden, grote schoenen en stijgijzers, voor op het ijs. Aangekomen bij de gletsjer kon je een hele vallei zien waar het ijs vroeger was, maar het ijs was nu wel een stuk minder. We hebben een aantal uur op het ijs gelopen, wat een geweldige ervaring was! Maar toen we terug waren was ik ook wel opgelucht, want de schoenen zaten niet erg goed, maar uiteraard was het een geweldige dag geweest.
De volgende dag zijn we weereens in de bus gestapt, via Wanaka zijn we naar Queenstown gegaan, de adrenalinestad van Nieuw-Zeeland. Hier kun je werkelijk alles doen om je adrenalineniveau te laten stijgen: bungeejumpen, raften, skydiven en nog veel meer. Ik moest natuurlijk ook iets doen, dus ben ik gaan bungeejumpen. Ik wilde niet zomaar een sprong, wel een echte hoge. Ik heb dus een van de hoogste van de wereld gedaan: 134 meter! Het was werkelijk waanzinnig! Ik was volkomen ontspannen, totdat mijn enkels werden vastgemaakt en ik op het randje stond, het is toch wel raar om een ravijn in te moeten springen, maar het was geweldig, toen ik weer boven kwam kon ik niet stoppen met lachen. Na deze sprong heb ik ook nog een ander soort sprong gemaakt; een swing. Eerst val je 70 meter omlaag om vervolgens in een soort schommel heen en weer te slingeren boven een ravijn. Dit was ook geweldig, maar de bungeejump was toch leuker.
In Queenstown heeft het uitgaansleven ook niet stilgestaan, dus heb ik dat ook wel een paar keer gedaan. Ik ben in een ijsbar geweest, waar werkelijk alles van ijs was , zelfs de glazen. Het was een leuke ervaring, maar erg praktisch is het niet, ze vragen wel erg veel entree om het ijs koud te houden en als de stroom uitvalt, is de hele bar weg. Ook maakte ik nog iets heel raars mee; ik stond ergens in een bar, kijk ik voor me, staat Guido Weijers opeens voor je neus! Nog een gesprekje met hem gehad, maar hij was duidelijk meer geïnteresseerd in de blonde Australische versslaggever die ook in de bar was.
Vanuit Queenstown ben ik ook naar Milford Sound geweest, waarschijnlijk de mooiste fjord van het land. Na een vier uur lange bustocht kwamen we er aan, om 2 uur op een boot door de Sound te varen. Het was echt supermooi, je zag overal kleine watervallen. Doordat het ijs heel lang geleden de rotsen heeft uitgesleten, zijn de rotswanden erg steil, die rotsen die zo uit het water omhoog schieten, dat is prachtig!
Mijn plan was om 5 nachten in Queenstown te blijven, maar omdat een bekende van een paar weken terug op de laatste dag aankwam, bleef ik nog twee extra nachtjes. Hier heb ik ook geen spijt van gehad, ik heb een gezellige tijd met hem doorgebracht en we hebben samen nog een bergtop beklommen wat ontzettend mooi was (zie mijn fotoreportage op facebook). Vanaf de top zag je aan de ene kant Queenstown liggen met het meer en als je de andere kant op keek zag je prachtige besneeuwde bergtoppen liggen.
Na zeven dagen Kunstoren was het toch echt tijd om door te reizen, de volgende plek was Dunedin, de Schotse stad van het land. Blijkbaar verhuisden de meeste Schotten naar het verre zuiden, misschien omdat het daar het meest regent, ik weet het niet. Hier had ik met een jongen afgesproken die ik toen bijna 2.5 maand geleden in Melbourne was tegengekomen, hij was op de fiets door Nieuw-Zeeland, maar had zijn fiets toen net verkocht. Het was leuk om hem weer te zien en ik heb wat tijd met hem in Dunedin doorgebracht. Hier hebben ze ook de meest steile straat van de wereld, wat erg leuk is om te zien, het is best raar om te beseffen hoe steil die straat is.
Na Dunedin heb ik een nachtje in Christchurch gezeten, de stad die een jaar geleden was getroffen door een heel zware aardbeving, waardoor de hele binnenstad verwoest is. Omdat ik er toch een kijkje wilde nemen, aangezien ik er nu toch was, ben ik er uitgestapt om een nachtje te blijven. Het was niet de moeite, ik hoopte nog iets te kunnen zien van het centrum, maar het was volledig afgezet en je zag helemaal niets. Na een nachtje pakte ik de bus weer en een paar dagen later kwam ik aan in Kaikoura. Hier ben ik gaan dolfijnzwemmen, met een wetsuit aan, want het water is niet erg warm daar, werden we met een bootje naar een wilde dolfijnenkolonie gebracht. Overal waar je keek zag je dolfijnen zwemmen, echt mooi! We mochten 5 keer uit de boot om tussen de dieren te zwemmen, echt geweldig als je die dieren overal om je heen ziet zwemmen, soms heb je zelfs contact met ze, als je dan om je as draait, doen ze met je mee.
Na weer eens zo'n mooie ervaring was het Zuidereiland alweer voorbij. Ik ben nog een keertje teruggegaan naar Nelson, omdat ik daar een heel leuk hostel ben tegengekomen. Daar kwam ik erachter dat mijn ticket terug naar Australië een paar dagen later stond gepland en omdat het weekend was, kon ik het niet meer wijzigen. Gelukkig zag ik dat ik met mijn bus precies op tijd kon zijn, maar dan moest ik wel vanuit het noorden van het Zuidereiland helemaal naar het noorden van het Noordereiland in twee dagen reizen. Vanuit Nelson terug naar Picton ben ik gaan liften, omdat mijn bus die kant niet op reed. Ik had heel veel verhalen gehoord van mensen dat Nieuw-Zeeland zo'n goed land is om te liften, maar volgens mij heb ik het op een verkeerde dag gedaan: eerste Paasdag. Het leek er op dat elk gezin naar opa en oma ging, want bijna elke auto zat vol. Gelukkig heb ik het wel weten te redden om op tijd bij de veerboot te zijn. Wat wel erg jammer was, was dat ik alweer maar een nachtje in Wellington kon zijn, ik heb daar dus niets gezien. De volgende ochtend was het tijd voor weer een adrenalinestoot: skydiven!
Dit zou het laatste speciale ding zijn in een hele tijd, maar ik had er al een hele tijd op zitten wachten. Daar aangekomen kreeg ik een mooi pakje en werd ik vastgemaakt aan mijn springmaatje, iemand die (hopelijk) meer ervaring dan mij had. Gek genoeg voelde ik me compleet om mijn gemak in het vliegtuig en had ik geen enkel beetje spanning, in tegenstelling tot de jongen uit Hong Kong naast me. Hij was als de dood. Toen we uit het vliegtuig sprongen voelde ik me echt geweldig, 60 seconden in een vrije val! Daarna werd de parachute geopend en daalden we rustig, wat ook een heel mooie ervaring was.
De volgende ochtend dacht ik dat ik nog steeds moest vliegen, maar blijkbaar kon ik 12 uur van tevoren de vlucht nog wijzigen, waar ik erg blij mee was. Hierdoor kon ik nog naar de allerlaatste nieuwe plek: het Coromandel schiereiland. Het was een mooie plek, maar niet bijzonder. Er was wel 1 geweldige plek: Hot Water Beach. De naam zegt het al. Als het eb is, kun je een kuil graven die zich dan vult met heet water, echt heel bijzonder. Als je aan komt lopen zie je een heleboel mensen in hun kuilen zitten genieten van het water.
Na een paar nachten Coromandel was het toch echt tijd om terug te vliegen. Na een lange bustocht kwam ik precies op tijd aan bij het vliegveld. Daar aangekomen moest ik weer terugdenken aan mijn aankomst in Auckland. Het was 7 weken geleden, maar toch leek het als de dag van gisteren. Nu ik zo veel in een relatief korte tijd had gezien, kwam ik er ook achter hoe weinig ik eigenlijk van Australië heb gezien...
Bij de gate van het vliegveld kreeg ik te horen dat ik in de business class werd gezet, omdat het vliegtuig erg vol zat. Daar had ik geen problemen mee. Ik kreeg een eclectisch verstelbare stoel, een drankkaart inclusief Champagne en een echte menukaart. Er kwam een Nederlandse jongen naast me zitten die ook een van de gelukkigen was. Blijkbaar was hij met dezelfde organisatie naar Australië en Nieuw-Zeeland gegaan, maar die kans was ook wel aanwezig: welke Nederlander reist nou vanaf Australië naar Nieuw-Zeeland en weer terug naar Australië met China Airlines? Alleen Nederlanders die hun ticket bij Australian Backpackers hebbben gekocht denk ik.
Na een paar goede uurtjes in het vliegtuig kwamen we aan en Brisbane. De volgende dagen ben ik alleen maar op zoek naar werk geweest, omdat ik nu echt moet werken. Helaas zit ik nu na een week nog steeds in Brisbane zonder werk en geld. Blijkbaar is het net even geen fruitplukseizoen, een paar weken wachten nog. Ik heb nog wat opties geprobeerd om geld te besparen, maar dat is het allemaal niet geworden. Daarom vlieg ik zometeen dus naar Cairns, het noordoosten, om werk te vinden, want daar schijnt het wat makkelijker te zijn.
Wat wel leuk was, was om een oude bekende tegen het lijf te lopen. Ik kwam in het hostel zomaar een jongen van Sydney tegen, die ik dus 3 maanden geleden heb leren kennen. Het was dus ook wel leuk om over onze 3 maanden te praten en terug te denken aan de aankomst op Sydney Airport.
In Nieuw-Zeeland ben ik er aan gaan denken om alles wat langer te doen dan gepland en om dus in november-december terug te komen in plaats van juli-augustus, maar dat weet ik nog niet zeker. Een van de jongens die ik hier tegen ben gekomen is alweer naar huis vertrokken en een ander praatte ook telkens over zijn terugvlucht in juni, dus is het toch weer door mijn hoofd gaan spoken om eerder terug te komen.
Dus Jules, Joep, Cas en Korne, misschien kan ik toch voldoen aan jullie democratisch besloten eis. Maar de aankomende maanden zit ik hier nog wel even, voor iedereen die mij al mist. Tot de volgende keer!
Reacties
Reacties
22 apr. 2012, 19:58
Lieve Floris,
jongen, wat een belevenissen allemaal. Wat zie je veel en je hebt het heel mooi en duidelijk verteld hoor, ik kan me er wel een voorstelling van maken van wat je allemaal gezien hebt! Ik kijk al weer uit naar een volgend verhaal.
01 mei 2012, 15:56
Wat heb jij veel gedaan/gezien in de afgelopen periode! Je maakt grote indruk door niet nerveus te zijn voor skydiven en bungeejumpen! ik tril al als ik er allleen nog maar aan denk. Ik zou het werkelijk niet durven, dus ik vind je enorm stoer.
Sukses met werk vinden. groetjes, cilia
{{ reactie.post_date.date | formatDate('DD MMM YYYY HH:mm') }}
Reageer
Laat een reactie achter!
De volgende fout is opgetreden
- {{ error }}
Je reactie is opgeslagen!