florisdownunder.reismee.nl

...Ondertussen aan de andere kant van het land

Beste abonnees van mijn reisblog, het is weer tijd voor een update vanuit het verre zuiden waar het ondertussen winter is. Het is natuurlijk veel te lang geleden dat ik mijn blog heb bijgewerkt, mijn excuses. Volgens mij was ik bij mijn laatste reisblog in het tropische Cairns geeindigd, dus daar ga ik ook maar verder.
Vanuit het vliegtuig vanaf Brisbane kon ik helaas niet van het uitzicht genieten; het was donker. Ik had dus ook geen idee hoe Cairns er uit zou zien. Aangekomen bleek het heel anders te zijn dan ik verwachtte. Ik dag dat het net zo als de andere grote steden zou zijn, maar het had helemaal geen hoogbouw en alle straten waren erg breed; zoals je hier wel vaker ziet. Het weer was ook geweldig; heel veel zon en heerlijk weer, nog beter dan Brisbane! Na een week tevergeefs in Brisbane naar een baan gezocht te hebben ging ik vrolijk verder in Cairns. Nog steeds amper resultaat. Gelukkig was alles wel wat goedkoper dan in Brisbane, de hostel was goedkoop en er was gratis ontbijt en 'avondeten', niets meer dan een klein bordje met aardappelpuree en een goedkope worst, maar toch: gratis! Hier in het hostel kwam ik een Nederlandse jongen, Roy, tegen. Hij was met een Duitser en een Spanjaard vanuit Sydney naar Cairns gereden. Zijn vrienden waren terug naar huis gegaan en hij had net zoals ik een baantje nodig. We besloten om samen op zoek te gaan en omdat hij een auto heeft gaf dat meer kans op resultaat. Na een ruime week in Cairns vond ik eindelijk iemand die niet gelijk 'nee' of 'bel over twee weken maar terug' zei. Het was een klein boerderijtje 'slechts' 400km naar het zuiden. Het werk was het snoeien van druivenplanten, maar dat deed er eigenlijk niet zoveel toe aangezien ik elk mogelijk baantje zou aannemen. Het enige nadeel was dat het nog 10 dagen zou duren voordat we aan het werk konden, maarja we hadden een baan! In de tussentijd hoorde ik van een paar Britse dames dat ze een paar dagen een stukje naar het noorden wilden gaan met een huurauto. Dat klonk perfect in mijn oren omdat ik daar ook nog heel graag naartoe wilde. Je hebt daar namelijk het Daintree Forrest, een prachtig tropisch woud. Het was geen probleem dat ik meeging. Vanuit Port Douglas zijn we een dagje op een boot naar het Groot Barriere RIf geweewst, want daar moet je eigenlijk wel geweest zijn als je naar het tropische gedeelte van Aus gaat. Het was een leuk dagje, ook omdat een van de dames een onderwatercamera had waarmee we het een en ander onder water konden vastleggen, zoals een groep zeeschilpadden. De volgende dag zijn we naar het regenwoud gegaan, waar we nog een paar prachtige stranden hebben gevonden, misschien wel de mooiste die ik tot nu toe heb gezien. Er werd gewaarschuwd voor kwallen, maar omdat het kwallenseizoen al bijna over was en omdat het water er zo aanlokkelijk uitzag, sprong ik er gewoon in en het water was heerlijk warm!
Terug in Cairns heb ik nog een paar dagen zitten wachten totdat we naar het zuiden zouden gaan. Nadat we nog wat mensen oppikten die met ons mee wilden rijden, gingen we er vandoor, tot ziens vrijheid! Met de auto kreeg ik er weer een nieuwe ervaring bij; in de auto slapen. Sinds Roy de auto had, sliep hij er altijd in, het is een stuk goedkoper dan hostels, het scheelt zo'n 20 euro per dag. Maar omdat hij een grote stationwagen heeft met een tweepersoonsmatras in de achterbak, is dat slapen eigenlijk niet zo'n probleem. Na een paar nachten te hebben doorgebracht in een woonwijk, en ergens langs de weg, kwamen we aan in ons nieuwe huis voor de komende tijd. Het dorpje, Charters Towers, was een klein oud goudzoekersdorpje met ong 7000 inwoners. Er was helemaal niks te doen, maar daar kwamen we natuurlijk ook niet voor. Op de boerderij zouden we werken met een stelletje uit Estland, een ander stelletje en een Franse jongen die na een half jaar Australie voor het eerst engels begon te spreken. Na een paar dagen werken kregen we onze loonstrook in handen en dat voelde heel goed, eindelijk weer eens geld verdienen in plaats van uitgeven! Het enige nadeel was dat het loon niet zo goed was. We verwachtten dat het wel beter zou worden, want we kregen per gesnoeide plant betaald. Helaas werd ons loon niet beter en besloten we na drie weken om de biezen te pakken. Mijn plan was om terug naar de oostkust te gaan, om terug naar Brisbane te gaan en het vliegtuig richting huis te pakken. Roy wilde met zijn auto de outback in en via Alice Springs, Adelaide en Melbourne terug naar Sydney rijden om daar zijn auto te verkopen. Terplekke besloot ik om lekker met hem mee te gaan naar de grote lege outback. Het zou een tijd worden van heel veel uren in de auto zitten, kangoeroes spotten, slapen in de auto en veel te veel pasta eten. Toch was het een prachtige tijd! Na de auto voltanken en de achterbank volgeladen te hebben met eten, vertrokken we.
Het was heel anders dan de drukke oostkust die ik ondertussen wel gewend was, leeg, leeg en nog eens leeg. Er kwamen steeds minder dorpjes, steeeds minder auto's en de begroeiing werd steeds minder. Na zo'n anderhalve dag rechtdoor rijden kwamen we bij de eerste plaats: Mount Isa. De grootste stad van de wereld... qua oppervlakte dan. Er wonen rond de twintigduizend mensen, maar de oppervlakte is groter dan Nederland! Dit hele dorp leefde op mijnbouw, aan de rand zag je de mijnen ook liggen op een grote heuvel, maar meer was er ook niet, dus we gingen lekker verder. Toen ik op de kaart keek zag ik een hokje zo groot als nederland en het enige wat er in stond was een t-splitsing waar we links zouden moeten. Daar aangekomen was het ook letterlijk een t-splitsing met linksaf Alice Springs en rechtsaf Darwin. Leuk om te realiseren dat een gebied zo groot als Nederland uit niets meer bestaat dan een kruising. Na een paar dagen vol met rechtdoorrijden en soms een roadtrain kwamen we in Alice Springs aan, we hadden er veel verhalen over gehoord, dus we waren benieuwd hoe het zou zijn. Aangekomen was het eigelijk niets aan. Het kon elke willekeurige plaats zijn, waarschijnlijk staat het op elke kaart omdat het de enige grote plaats is in een heel grote omgeving van niets, snel doorheen rijden dus. Een paar honderd kilometer verder kwamen we aan bij de grote rode rots die iedereen wel zal kennen van Australie: Uluru of Ayers Rock. Het was inderdaad een gigantische rots, maar meer ook niet. Eigenlijk een stuk mooier was de rots die er naast ligt: Kata Tjuta. Deze rots had prachtige valleien met prachtig uitzicht.
Na nog een paar honderd kilometer kwamen we weer in de beschaving aan: Port Augusta. Het voelde wel weer goed om weer een normaal dorp te zien, maar die rust was eigenlijk ook wel lekker. De volgende dag kwamen we in Adelaide aan, een stad waar in eigenlijk niets van af wist. Helaas is de winter in het zuiden van Australie wel te merken in tegenstelling tot het noorden. Regen, regen en nog eens regen. Ik vond het toch wel mooi om echt seizoenen te zien; het leek echt herfst, kale bomen en kou. Na een paar dagen waren we het regenachtige weer zat. Ik was graag vanaf Adelaide terug gevlogen naar Brisbane, maar omdat de prijzen veel te hoog liggen in Adelaide, besloot ik om via de Great Ocean Road (nogmaals!) vanaf Melbourne te vliegen. Gisteren en eergisteren hebben we de Road gedaan, helaas met heel veel regen. Het was leuk om alles weer eens te zien, maar toch vond ik het in de zomer wel wat leuker. Vandaag zijn we in Melbourne aangekomen, maar omdat ik daar al geweest ben, vlieg ik morgen alweer naar Brisbane om daar met mooi weer mijn Australische avontuur zal eindigen. Ik denk dat ik nog een paar weken in Azie ga verblijven voordat ik weer voet op Nederlansche bodem zal zetten. Exacte datum volgt! Groeten vanuit het land waar het blijkbaar ook koud en regenachtig kan zijn.

41 dagen geleden...

Het is weer hoog tijd om iets van me te laten horen. De laatste keer dat ik van me liet horen was 41 dagen geleden, vanuit Wellington. In die 41 dagen heb ik weer een heleboel beleefd. Ik heb slechts een schamel nachtje in Wellington doorgebracht, want ik zou er op de terugweg nog een keer komen. De volgende ochtend ben ik vroeg op de veerboot naar het Zuidereiland gestapt. De tocht duurde zo'n 4 uur en was prachtig, varend door de fjorden was niet verkeerd.
Vanuit Picton, waar we aankwamen, zijn we gelijk doorgereden naar Nelson, de meest zonnige plek van Nieuw-Zeeland. Vanuit hier ben ik naar het Abel Tasman park geweest, vernoemd naar de Nederlandse kapitein die Nieuw-Zeeland wellicht van Nederland had kunnen maken. Het was een redelijk natuurgebied, maar het was er werkelijk prachtig! Perfecte stranden en een geweldig woud eraan. Hier heb ik de watertaxi gepakt naar een baai en ben ik langs het strand teruggelopen naar het beginpunt. Ik was de enige in de watertaxi, dus had ik een privétochtje en mocht ik de boot nog eventjes zelf besturen. Terug in het kamp was hete ondertussen etenstijd en heb ik een leuk avondje gehad met de mensen van de toerbus en aangezien ik op een echte camping sliep, kwam het campinggevoel ook nog even naar boven.
Terug in Nelson ben ik verdergereden naar het volgende dorpje, Greymouth, maar daar ga ik geen woorden aan vuil maken; het was de meest saaie plek die ik tot nu toe heb gezien. De volgende plek was zeker de moeite waard, genaamd Franz Josef. Het dorpje stelde niet heel veel voor, maar we waren daar vanwege de gletsjer die dezelfde naam draagt. Op de dag van aankomst was het St. Patricks day, de Ierse nationale feestdag. Aangezien er in Nieuw-Zeeland veel Ieren wonen, is het daar ook een grote dag. Die nacht ben ik, zoals het hoort, in groen uitgeweest, het was een leuke avond die ik de volgende dag nog voelde. Hier ben ik ook een aantal jongens tegengekomen die ik in de eerste week in Sydney heb leren kennen. Dat was al de tweede keer dat ik ze opnieuw zag, want ik was ze ook al in Byron Bay tegengekomen. Ik ben ze een paar dagen later in Queenstown weer tegengekomen en, om het helemaal leuk te maken, ben ik ze een paar dagen geleden hier in Brisbane weer tegengekomen!
Op de derde dag in Franz Josef was het tijd voor de gletsjer. Het mooie van de gletsjer is dat het vlakbij het bos ligt, het is dus een prachtige overgang van bos naar ijs. Van tevoren kregen we allerlei kleding om ons warm te houden, grote schoenen en stijgijzers, voor op het ijs. Aangekomen bij de gletsjer kon je een hele vallei zien waar het ijs vroeger was, maar het ijs was nu wel een stuk minder. We hebben een aantal uur op het ijs gelopen, wat een geweldige ervaring was! Maar toen we terug waren was ik ook wel opgelucht, want de schoenen zaten niet erg goed, maar uiteraard was het een geweldige dag geweest.
De volgende dag zijn we weereens in de bus gestapt, via Wanaka zijn we naar Queenstown gegaan, de adrenalinestad van Nieuw-Zeeland. Hier kun je werkelijk alles doen om je adrenalineniveau te laten stijgen: bungeejumpen, raften, skydiven en nog veel meer. Ik moest natuurlijk ook iets doen, dus ben ik gaan bungeejumpen. Ik wilde niet zomaar een sprong, wel een echte hoge. Ik heb dus een van de hoogste van de wereld gedaan: 134 meter! Het was werkelijk waanzinnig! Ik was volkomen ontspannen, totdat mijn enkels werden vastgemaakt en ik op het randje stond, het is toch wel raar om een ravijn in te moeten springen, maar het was geweldig, toen ik weer boven kwam kon ik niet stoppen met lachen. Na deze sprong heb ik ook nog een ander soort sprong gemaakt; een swing. Eerst val je 70 meter omlaag om vervolgens in een soort schommel heen en weer te slingeren boven een ravijn. Dit was ook geweldig, maar de bungeejump was toch leuker.
In Queenstown heeft het uitgaansleven ook niet stilgestaan, dus heb ik dat ook wel een paar keer gedaan. Ik ben in een ijsbar geweest, waar werkelijk alles van ijs was , zelfs de glazen. Het was een leuke ervaring, maar erg praktisch is het niet, ze vragen wel erg veel entree om het ijs koud te houden en als de stroom uitvalt, is de hele bar weg. Ook maakte ik nog iets heel raars mee; ik stond ergens in een bar, kijk ik voor me, staat Guido Weijers opeens voor je neus! Nog een gesprekje met hem gehad, maar hij was duidelijk meer geïnteresseerd in de blonde Australische versslaggever die ook in de bar was.
Vanuit Queenstown ben ik ook naar Milford Sound geweest, waarschijnlijk de mooiste fjord van het land. Na een vier uur lange bustocht kwamen we er aan, om 2 uur op een boot door de Sound te varen. Het was echt supermooi, je zag overal kleine watervallen. Doordat het ijs heel lang geleden de rotsen heeft uitgesleten, zijn de rotswanden erg steil, die rotsen die zo uit het water omhoog schieten, dat is prachtig!
Mijn plan was om 5 nachten in Queenstown te blijven, maar omdat een bekende van een paar weken terug op de laatste dag aankwam, bleef ik nog twee extra nachtjes. Hier heb ik ook geen spijt van gehad, ik heb een gezellige tijd met hem doorgebracht en we hebben samen nog een bergtop beklommen wat ontzettend mooi was (zie mijn fotoreportage op facebook). Vanaf de top zag je aan de ene kant Queenstown liggen met het meer en als je de andere kant op keek zag je prachtige besneeuwde bergtoppen liggen.
Na zeven dagen Kunstoren was het toch echt tijd om door te reizen, de volgende plek was Dunedin, de Schotse stad van het land. Blijkbaar verhuisden de meeste Schotten naar het verre zuiden, misschien omdat het daar het meest regent, ik weet het niet. Hier had ik met een jongen afgesproken die ik toen bijna 2.5 maand geleden in Melbourne was tegengekomen, hij was op de fiets door Nieuw-Zeeland, maar had zijn fiets toen net verkocht. Het was leuk om hem weer te zien en ik heb wat tijd met hem in Dunedin doorgebracht. Hier hebben ze ook de meest steile straat van de wereld, wat erg leuk is om te zien, het is best raar om te beseffen hoe steil die straat is.
Na Dunedin heb ik een nachtje in Christchurch gezeten, de stad die een jaar geleden was getroffen door een heel zware aardbeving, waardoor de hele binnenstad verwoest is. Omdat ik er toch een kijkje wilde nemen, aangezien ik er nu toch was, ben ik er uitgestapt om een nachtje te blijven. Het was niet de moeite, ik hoopte nog iets te kunnen zien van het centrum, maar het was volledig afgezet en je zag helemaal niets. Na een nachtje pakte ik de bus weer en een paar dagen later kwam ik aan in Kaikoura. Hier ben ik gaan dolfijnzwemmen, met een wetsuit aan, want het water is niet erg warm daar, werden we met een bootje naar een wilde dolfijnenkolonie gebracht. Overal waar je keek zag je dolfijnen zwemmen, echt mooi! We mochten 5 keer uit de boot om tussen de dieren te zwemmen, echt geweldig als je die dieren overal om je heen ziet zwemmen, soms heb je zelfs contact met ze, als je dan om je as draait, doen ze met je mee.
Na weer eens zo'n mooie ervaring was het Zuidereiland alweer voorbij. Ik ben nog een keertje teruggegaan naar Nelson, omdat ik daar een heel leuk hostel ben tegengekomen. Daar kwam ik erachter dat mijn ticket terug naar Australië een paar dagen later stond gepland en omdat het weekend was, kon ik het niet meer wijzigen. Gelukkig zag ik dat ik met mijn bus precies op tijd kon zijn, maar dan moest ik wel vanuit het noorden van het Zuidereiland helemaal naar het noorden van het Noordereiland in twee dagen reizen. Vanuit Nelson terug naar Picton ben ik gaan liften, omdat mijn bus die kant niet op reed. Ik had heel veel verhalen gehoord van mensen dat Nieuw-Zeeland zo'n goed land is om te liften, maar volgens mij heb ik het op een verkeerde dag gedaan: eerste Paasdag. Het leek er op dat elk gezin naar opa en oma ging, want bijna elke auto zat vol. Gelukkig heb ik het wel weten te redden om op tijd bij de veerboot te zijn. Wat wel erg jammer was, was dat ik alweer maar een nachtje in Wellington kon zijn, ik heb daar dus niets gezien. De volgende ochtend was het tijd voor weer een adrenalinestoot: skydiven!
Dit zou het laatste speciale ding zijn in een hele tijd, maar ik had er al een hele tijd op zitten wachten. Daar aangekomen kreeg ik een mooi pakje en werd ik vastgemaakt aan mijn springmaatje, iemand die (hopelijk) meer ervaring dan mij had. Gek genoeg voelde ik me compleet om mijn gemak in het vliegtuig en had ik geen enkel beetje spanning, in tegenstelling tot de jongen uit Hong Kong naast me. Hij was als de dood. Toen we uit het vliegtuig sprongen voelde ik me echt geweldig, 60 seconden in een vrije val! Daarna werd de parachute geopend en daalden we rustig, wat ook een heel mooie ervaring was.
De volgende ochtend dacht ik dat ik nog steeds moest vliegen, maar blijkbaar kon ik 12 uur van tevoren de vlucht nog wijzigen, waar ik erg blij mee was. Hierdoor kon ik nog naar de allerlaatste nieuwe plek: het Coromandel schiereiland. Het was een mooie plek, maar niet bijzonder. Er was wel 1 geweldige plek: Hot Water Beach. De naam zegt het al. Als het eb is, kun je een kuil graven die zich dan vult met heet water, echt heel bijzonder. Als je aan komt lopen zie je een heleboel mensen in hun kuilen zitten genieten van het water.
Na een paar nachten Coromandel was het toch echt tijd om terug te vliegen. Na een lange bustocht kwam ik precies op tijd aan bij het vliegveld. Daar aangekomen moest ik weer terugdenken aan mijn aankomst in Auckland. Het was 7 weken geleden, maar toch leek het als de dag van gisteren. Nu ik zo veel in een relatief korte tijd had gezien, kwam ik er ook achter hoe weinig ik eigenlijk van Australië heb gezien...
Bij de gate van het vliegveld kreeg ik te horen dat ik in de business class werd gezet, omdat het vliegtuig erg vol zat. Daar had ik geen problemen mee. Ik kreeg een eclectisch verstelbare stoel, een drankkaart inclusief Champagne en een echte menukaart. Er kwam een Nederlandse jongen naast me zitten die ook een van de gelukkigen was. Blijkbaar was hij met dezelfde organisatie naar Australië en Nieuw-Zeeland gegaan, maar die kans was ook wel aanwezig: welke Nederlander reist nou vanaf Australië naar Nieuw-Zeeland en weer terug naar Australië met China Airlines? Alleen Nederlanders die hun ticket bij Australian Backpackers hebbben gekocht denk ik.
Na een paar goede uurtjes in het vliegtuig kwamen we aan en Brisbane. De volgende dagen ben ik alleen maar op zoek naar werk geweest, omdat ik nu echt moet werken. Helaas zit ik nu na een week nog steeds in Brisbane zonder werk en geld. Blijkbaar is het net even geen fruitplukseizoen, een paar weken wachten nog. Ik heb nog wat opties geprobeerd om geld te besparen, maar dat is het allemaal niet geworden. Daarom vlieg ik zometeen dus naar Cairns, het noordoosten, om werk te vinden, want daar schijnt het wat makkelijker te zijn.
Wat wel leuk was, was om een oude bekende tegen het lijf te lopen. Ik kwam in het hostel zomaar een jongen van Sydney tegen, die ik dus 3 maanden geleden heb leren kennen. Het was dus ook wel leuk om over onze 3 maanden te praten en terug te denken aan de aankomst op Sydney Airport.
In Nieuw-Zeeland ben ik er aan gaan denken om alles wat langer te doen dan gepland en om dus in november-december terug te komen in plaats van juli-augustus, maar dat weet ik nog niet zeker. Een van de jongens die ik hier tegen ben gekomen is alweer naar huis vertrokken en een ander praatte ook telkens over zijn terugvlucht in juni, dus is het toch weer door mijn hoofd gaan spoken om eerder terug te komen.
Dus Jules, Joep, Cas en Korne, misschien kan ik toch voldoen aan jullie democratisch besloten eis. Maar de aankomende maanden zit ik hier nog wel even, voor iedereen die mij al mist. Tot de volgende keer!

Foto\'s!

Hey, ik heb op facebook een heleboel nieuwe foto's gezet. Hier zijn de links. Als het goed is kunnen ook de niet-facebook gebruikers de foto's zien! Het zijn de foto's van wat ik tot nu toe in Nieuw-Zeeland heb beleefd.

http://www.facebook.com/media/set/?set=a.3348853814203.142973.1654583596&type=3&l=8533e2fef6

http://www.facebook.com/media/set/?set=a.3348853814203.142973.1654583596&type=1&bef=3349261224388&l=8533e2fef6

Nieuw-Zeeland!

Kia ora! (hallo) Ik heb de laatste weken weinig laten weten, maar ik leef nog steeds. Op 24 februari ben ik van Brisbane naar Auckland gevlogen, een korte vlucht van 4 uur. De eerste dag in Auckland ben ik gelijk een paar bekenden van 5 weken terug tegengekomen, twee Canadese jongens die in Auckland studeren. Na een aantal dagen in Auckland gezeten te hebben, wat niet spetterend was omdat Auckland een vrij saaie stad is, ben ik naar het noorden gegaan. In het noorden heb ik een paar dagen in Paihia gezeten. Ik kwam er al snel achter dat dit land heel anders is dan Australië, je zou het saai kunnen noemen. Het is overal een stuk minder bruisend en iedereen doet wat rustiger aan. Ook is het klimaat heel anders, het is veel groener en het weer is veel wisselvalliger, hopelijk verlies ik niet te veel van mijn bruine kleur. Ik moet ook nog een beetje wennen aan het toerist-zijn. In australie was ik meer een reiziger, soms bezocht ik wat plekken, maar het was toch vooral lekker rustig genieten van het weer. Hier zit ik veel in de bus en blijf ik overal maar een paar nachtjes om wat natuur te bezichtigen, dat is ook wat ze hier veel hebben. Ook in Paihia was dit het geval. Ik heb er niet bijzonder veel gedaan, wat rondgehangen met de mensen in het hostel en ik heb een wandelingetje gemaakt door een heel mooi bos. Ik heb maar geen tripjes gedaan, want ik wilde het niet al meteen een gewoonte maken om overal tripjes te doen; geld vliegt hier. Na 3 daagjes ben ik via Auckland richting het zuiden gegaan. Onderweg heb ik een tripje gemaakt naar de plek waar de scènes van het hobbitdorp van The Lord of the Rings zijn opgenomen. Het zag er wel grappig uit, maar niet heel bijzonder. Wel was het heel leuk om op de plek te staan die je in de films terug kunt zien.  Daarna kwam ik aan in Rotorua, een vulkanisch dorpje in het midden van het Noordereiland. Hier heb ik 's avonds een Maori dorpje bezocht (de eerste bewoners van nieuw-zeeland). Het was niet echt een dorp, maar ik heb wel wat leuke dingen geleerd over de maori. Het is wel leuk om te merken dat de Maori nog erg belangrijk zijn hier. Een heleboel plaatsen hebben maori-namen en hun taal is zelfs een officiele taal hier! Totaal anders dan Australië als je het mij vraagt. Na een paar dagen gezeten te hebben in Rotorua nam ik de bus naar het volgende plaatsje, Taupo. Hier heb ik niks gezien, ik kwam in de avond aan en ging 's ochtendsvroeg weer weg, maar ik kom er op de terugweg nog langs. Het is wel grappig om te merken dat je telkens bij dezelfde mensen in de bus zit. Het is weliswaar geen groepsreis, maar bijna iedereen doet dezelfde dingen en de bus rijdt niet elke dag, dus je kunt meestal 1 of 3 dagen in een plaats blijven. Na taupo namen we de bu naar National Park, maar onderweg heb ik nog een tripje in wat grotten gemaakt. Ik werd in een wetsuit gehesen en kreeg een rubberen band om me heen. Daarna liepen we de grotten in en kwamen we in een soort ondergrondse rivier terecht met heel koud water. Het was best mooi, want in de grotten zaten glowworms, wormen die een lichtgevend stofje afgeven. Ze zaten over het hele plafond van de grotten zat onder, dus het was net alsof je naar de sterren keek. Daarna kwamen we aan in National Park, eigenlijk een niksdorpje, maar er is een prachtige wandeling die veel mensen trekt. Ik heb deze wandeling uiteraard oom gemaakt met twee Engelsen en een Belgische. Het was een wandeling van 19.5 km, maar je begon op 800m en het hoogste punt was 1850m. Het heeft ons dus ook bijna 7 uur gekost, maar het was zeker de moeite! We hadden ook heel veel geluk met het weer, want het is hier niet vaak zonnig, maar op de dag dat wij er waren wel! We begonnen om half 8 in de ochtend, het eerste uur was erg makkelijk, daarna kwamen er een paar lastige klimmen door de vulkanen. Boven werd het ook aanzienlijk kouder met mist en koude wind. Je liep ook langs Mt Ngauruhoe, Mount Doom uit de Lord of the Rings-films. We hebben hem niet beklommen, want dat zouden we niet redden ivm de tijd. Na een aantal indrukwekkende kraters en mooi gekleurde meertjes kwamen we aan bij de laatste 6 kilometers. Dit zag er totaal anders uit; een heuvelachtig landschap met heel veel groen. De laatste kilometers legden we af in een soort regenwoud, veel afwisseling dus. Om half 3 kwamen we eindelijk aan bij de parkeerplaats en werden we teruggebracht naar het hostel. De volgende dag regende het alleen maar, dus hebben we de dag als filmkijkdag bestempeld. Altijd leuk om ouderwetse videobanden te kijken. Vandaag (de volgende dag) zit ik in de bus onderweg naar Wellington, de hoofdstad, om morgen de oversteek te maken naar het Zuidereiland! Ik hoop dat ik jullie weer van genoeg leesvoer heb voorzien.

Oostkust

Ik heb vandaag voor het eerst sinds tijden een echt slechte dag, een goed moment voor een nieuw verhaaltje dus. Na een leuke en zonnige tijd rond Melbourne heb ik de nachttrein genomen terug naar sydney, wonderbaarlijk is het me gelukt om een aardig goede nachtrust te pakken. Terug in sydney ben ik maar terug gegaan naar het vertrouwde hoetel waar alles begon. Ik kwam nog een paar mensen tegen met wie ik de groepsreis heb gedaan! Het was wel leuk om na 4 weken weer terug te denken aan die eerste week. Ik hoorde dat het precies de weken dat ik weg was in Sydney best slecht weer was, ik heb dus heel veel mazzel gehad met het weer. Na een paar nachtjes Sydney heb ik de gok gewaagd om naar het slechte weer te gaan. Ik heb een 5-daagse surftrip naar Byron Bay genomen, een dorpje tussen Sydney en Brisbane. Gelukkig voor mij is het weer tot nu toe bijna alleen maar zonnig geweest! Het surfen was erg leuk, maar ik had er iets meer van verwacht. De eerste drie dagen zaten we namelijk in een heel klein kamp met maar 13 mensen. De laatste twee dagen zaten we in het grote kamp, maar dat was eigenlijk maar 24 uur; van 5 uur 's middags tot 5 uur 's middags. Op dinsdagavond 14 februari kwam ik aan in Byron, maar ik heb die dag niets gezien van het dorp, ik ben bijna meteen gaan slapen. Op woensdag ben ik naar een kleiner hostel gegaan en heb ik het dorpje ontdekt. Het bleek een klein dorpje te zijn met een heel mooi strand, daar heb ik ook genoeg tijd doorgebracht. Tot maandag waren de dagen eigenlijk allemaal hetzelfde: ik deed (uiteraard) lekker rustig aan, ik ontbijtte om een uur of 10 met een gebakken eitje, ging naar het strand, soms heb ik een surfplank gehuurd. 's avonds at ik goedkoop, meestal pasta en daarna ging ik met wat andere backpackers genieten van een aantal lekkere drankjes om vervolgens nog een paar uurtjes in een club te besteden. Na een kleine week vond ik het genoeg geweest, ik heb wel echt genoten van Byron, want het was een heel relaxt klein dorpje zonder hoogbouw en met veel hippie-achtige mensen, maar ik vond dat ik weer verder moest. Op maandagochtend heb ik een vlucht geboekt naar nieuw zeeland op vrijdag. Ik kon naar brisbane gaan, maar ik besloot naar Surfers Paradise te gaan, een plek vlak onder Brisbane. Ik had een Nederlandse jongen ontmoet die ook naar Surfers wilde. Samen hebben we besloten om te gaan liften, iets wat eigenlijk verboden is. Zo gezegd, zo gedaan. Na 15 minuten langs de weg te staan zwaaien, kregen we een lift naar de snelweg. Daar aangekomen hebben we nog een halfuur staan zwaaien totdat we opgepikt werden door een stel dat toevallig hun 3 kinderen thuis in Tasmanië had achtergelaten. Het waren superaardige mensen die bijna de hele wereld hadden gezien. Na een ritje van een uur werden we (toevallig) 50 meter van het hostel afgezet. Eenmaal aangekomen in Surfers Paradise bleken mijn verwachtingen totaal verkeerd te zijn; ik dacht dat het vergelijkbaar was met het vorige dorpje. Het is echter een plaats vergelijkbaar met de Spaanse kust, zoals Lloret de Mar. Veel hoogbouw en uitgaansgelegenheden. Ik heb de afgelopen 3 dagen hier dus ook op die manier doorgebracht. Op de tweede dag kregen we een grappig ventje uit Wales en twee Canadezen als kamergenoten met wie we leuke tijden beleefd hebben. Vandaag regent het sinds tijden, dus is er niets te doen. Ik ben vanmorgen uitgecheckt en neem vanavond de bus naar Brisbane. Ik dacht dat lekker naar het strand te kunnen, maar helaas. Morgenmiddag vlieg ik naar Auckland, Nieuw-Zeeland voor 6 weken denk ik, uiteraard ga ik er wat over schrijven. Ik zal ook proberen om meer foto's te plaatsen. Een week geleden heb ik al wat meer foto's op facebook geplaatst, maar ik weet niet of iedereen dat kan zien. Ik zal de link later posten. Groeten vanuit een bewolkt Australië!

Lekker veel tripjes!

Gelijk na Australia Day (26 januari) heb ik wat tripjes geboekt naar plekken die ik wilde bezoeken in de buurt van Melbourne. Een dag later ben ik naar Phillip Island geweest, daar heb ik voor het eerst in mijn leven gezien hoe een schaap wordt geschoren. Verder heb ik nog een koalabos gezien en een zeehondenplek zonder zeehonden. Op het einde van de dag zijn we naar een strand geweest waar pinguins komen. Op een grote tribune zagen we de kleine (max 30cm) pinguins het strand op waggelen, dat was wel heel mooi. Het was een heel leuk dagje, maar ik had er meer van verwacht, want alle plekken die ik bezocht waren helaas voor toeristen ontworpen. Ik had het leuker gevonden als we ook wat van het landschap zouden zien.
Na een nacht van 4 uur mocht ik alweer opstaan om naar een groot natuurgebied te gaan, Wilson's Promontory. Dit was echt heel mooi. Ik heb voor het eerst wilde walibi's, een soort kleine kangaroes, gezien. Later hebben we een berg beklommen, waar we prachtig uitzicht hadden. Ook het weer zat mee, lekker warm met een strakblauwe lucht. Daarna hebben we wat prachtige stranden bezocht en zijn we weer naar Melbourne gegaan. Dit was zeker een topdag.
Na een dagje rust was het alweer tijd voor de derde trip: 3 dagen naar the Great Ocean Road. Deze weg is na WO I door australische soldaten gemaakt om de dorpjes aan de kust te verbinden. Tegenwoordig wordt de weg vooral gebruikt door toeristen, omdat het een mooie weg is met een aantal goede stranden en mooie punten. Ik heb ook wat stranden gezien en The 12 Apostles. Dit zijn rotsen in de zee, niemand weet hoeveel het er zijn, maar vanuit de helikopter kun je er een heleboel zien. Daarom heb ik ook de helikoptervlucht genomen, wat een ervaring! De volgende dag hebben we vooral rotsen bekeken en kwamen we aan in de Grampions, een natuurgrbied. We sliepen in tentjes bij Steve, een man die letterlijk in de middle of nowhere woont. Op zijn terrein heb ik ook een tour gemaakt op een quad-bike.
Op de laatste dag hebben we wat gezien van de Grampions, waaronder een mooie waterval en een mooi uitzichtpunt.
Nu ben ik terug in Melbourne en zit ik 4 dagen in een leuk hostel. Morgen ga ik waarschijnlijk terug naar Sydney om vanuit daar naar het noorden te gaan en om naar Nieuw-Zeeland te gaan, want ik moet niet te lang wachten om daar naartoe te gaan voordat het weer slecht wordt. Ik moet ter plekke maar even kijken hoe lang ik aan de oostkust blijf en wanneer ik naar Nieuw Zeeland ga, waarschijnlijk best snel, want het weer is best slecht.
Succes met het overleven van de winter!

Laatste dagen Sydney en Melbourne

Tijd voor een nieuw verhaaltje In sydney heb ik de eerste week van mijn verblijf een aantal tripjes gemaakt. We zijn met de groep naar de Blue Mountains geweest, een mooi natuurpark. Helaas was het op de dag dat wij gingen mistig, dus veel wit uitzicht gehad. Desondanks was het een leuke dag. Ook hebben we een dagje gesurft, dat was echt geweldig, lekker in het water met een strakblauwe lucht en een surfdude zoals je hem zou verwachten. Na 5 dagen plezier hebben we als groep een goed afscheid genomen en ging ieder z'n eigen weg. Ik heb een week na mijn aankomst in Australië de bus gepakt naar Melbourne, iets wat op de kaart niks lijkt, maar toch een leuk tochtje van 14 uur is geweest. 's avonds laat kwam ik aan in melbourne en heb ik een lekker nachtje gehad in mijn nieuwe hostel. De volgende ochtend moest ik weer vroeg op om de tram te pakken naar de Australian Open, een van de grootste tennistoernooien van de wereld. Dit was de belangrijkste reden dat ik naar melbourne ben gkomen. Ik wilde de wereldtop zien, maar dat was helaas al uitverkocht, maar de subtop was ook erg leuk en 50 dollar goedkoper! Ondanks de bewolking was het een geweldige dag. De dagen daarop heb ik niet heel veel gedaan, ik heb een korte tour door Melbourne genomen met een gids en heb daarnaast de stad in mijn eentje ontdekt. Melbourne is een heel relaxte stad, het doet een beetje europees aan, terwijl sydney wat amerikaans aandoet. Na een paar dagen ben ik twee nederlandse jongens tegengekomen met wie ik de laatste dagen van mijn verblijf hier heb doorgebracht, waaronder Australia Day, een nationale feestdag. We dachten dat het tot 's avonds laat door zou gaan, maar aangezien iedereen de dag erna weer moest werken was dat niet het geval. Een dag later heb ik wat tripjes geboekt, waaronder phillip island en the great ocean road. Uiteraard ga ik er verslag van doen Cheers!

De eerste dagen

Het begon allemaal op dinsdag bij Schiphol, ik stond met m'n gezin te wachten toen opeens twee vrienden uit Delft kwamen aanrennen om me een heel fijne reis te wensen. Een beter afscheid kan ik niet wensen lijkt me.
Na een goed afscheid met het gezin vloog ik om twee uur richting Bangkok, zo'n 10 uur reizen, waar het vliegtuig even moest tanken. Na een uur op het vliegveld gewacht te hebben vloog ik door naar naar Taipei voor mijn tweede tussenstop. Hier mocht ik ruim 8 uur in een superdeluxe hotel doorbrengen, helaas heb ik van de stad en het hotel bijna niks kunnen zien omdat ik toch wel heel erg aan wat slaap toe was.
Om 12 uur 's nachts vloog ik door naar Sydney, waar ik donderdag om 1 uur in de middag aankwam. Het weer was al gelijk goed: 25 graden met een strakblauwe lucht! Buiten heb ik met de andere helft van de groep kennis gemaakt, die met een andere vlucht kwamen, allemaal leuke mensen! Toen we in het hostel kwamen is er allerlei praktische info uitgelegd en hebben we kamers gekregen, vanwaar ik dit verhaal heb geschreven. Ik wilde het al in Taipei doen, maar ik was te moe. Vandaag ( vrijdag) hebben we nog wat dingen geregeld, zoals een bankpas. In de middag zijn we naar de o zo beroemde Bondi Beach gegaan, dat was echt perfect. De komende dagen (za, zo en ma) zullen heel druk zijn, dus ik denk niet dat ik het op internet krijg. Nu nog even van de avond genieten en morgen weer om 7 uur op...
Groeten vanuit het zonnige Australië

P.S. mijn excuses dat ik dit nu pas op internet zet, maar ik had echt geen tijd... Ik heb dit verhaaltje vrijdag al geschreven, dus het is niet helemaal up to date